Ter Braak Dranken Hengelo

Laatste zelfstandige slijter in Hengelo stopt: ‘Een borrel en daarna opruimen’

Van hippe likeurtjes tot dure whisky’s en van grote wijnen tot lokale specialiteiten met namen als Hengeler Weend en Hengeler Tukkertje. De schappen van Slijterij Ter Braak aan de Industriestraat zijn goed gevuld. Nog wel. 

Na de feestdagen worden de alcoholische versnaperingen niet meer aangevuld. Eind januari sluit de laatste zelfstandige slijterij van Hengelo. „Dan nemen we een borrel en is het een kwestie van opruimen”, zegt Eric ter Braak.

Bijna eeuw oud

De eerste borrel in het monumentale pand werd bijna een eeuw geleden geschonken door grootvader Hendrik ter Braak. De flamboyante Hengeloër bracht er zijn café in onder. Na de Tweede Wereldoorlog werden op de eerste verdieping dertien kamers ingericht en tot de jaren tachtig dronken hotelgasten hun jenevertje beneden aan de toog. Het café werd in 1979 omgebouwd tot slijterij en die functie heeft het pand de afgelopen veertig jaar behouden.

Maar na vier decennia houdt Eric ter Braak het voor gezien. „Volgend jaar word ik 65, een opvolger is er niet.” Op 31 januari gaat de laatste borrel over de toonbank. Het vertrek van vaste kracht Arjan Hartkamp in februari van dit jaar luidde het einde in. „Dat zette me aan het denken. Ik kan niet zomaar iemand in de winkel zetten en zeggen redt oe d’r moar met. Werken in een slijterij is meer dan alleen de kassa aanslaan. Het gaat om het bieden van service op hoog niveau.”

Exacte smaakbeschrijving 

Eric weet waar hij het over heeft. Hij heeft het slijtersvakdiploma op zak, mag zich vinoloog noemen en ook het liquoristendiploma hangt ingelijst aan de muur. Van binnenlands- tot buitenlands gedistilleerd, Eric kent de theorie achter de verschillende dranken en kan exact beschrijven hoe ze smaken. „Dat kan hij heel goed”, zegt echtgenote Miriam (67). „Zet hem een glaasje voor en hij proeft meteen welke smaken er in een drank zitten.”

Over de tong

Nog altijd zet de slijter zijn smaakpapillen flink aan het werk. Er staat geen drank in de winkel die niet over zijn tong is gegaan. Dat gebeurt steevast op zaterdagmiddag. „Als er iemand langskomt met bijvoorbeeld een nieuw biertje, dan zeg ik: ‘daar staat de koelkast, kom volgende week maar terug.’ Zo proef ik elke zaterdag een biertje of zes en dan zit er altijd wel iets tussen waarvan ik denk, dat gaan we niet doen.”

Wekelijkse proefmomenten

Die wekelijkse proefmomenten zijn binnenkort voorbij. Een nieuw personeelslid aannemen en opleiden tot slijter is volgens Ter Braak geen optie. „Die opleiding duurt twee jaar en dan is het nog maar de vraag of hij of zij de zaak wil overnemen.” Eric en Miriam doken in de papieren, pakten een calculator en de som was snel gemaakt. „Uit de financiële berekening bleek dat het niet een kwestie van moeten stoppen, maar kunnen stoppen is.”

Daarmee wordt het aanbod in Hengelo wel karig, meent de slijter. „Net als in andere branches, zie je hier ook een verarming van het winkelaanbod. Wij richten ons heel erg op regionaal gewilde en eigen producten. Daar kan een zelfstandig slijter op inspelen. Bij ketens is het ’t hoofdkantoor dat bepaalt wat er in de winkel moet staan.”

Voorraad naar collega’s

Is het dan vanaf februari afgelopen met de lokale offers aan Bacchus? „De winkel gaat dicht, maar ik werk veel samen met collega’s in de omgeving. Zij nemen de voorraad over en samen gaan we kijken of we toch nog een deel van Hengelo kunnen voorzien van wijnen en de Hengeler producten.” Een webshop wordt daar niet voor opgetuigd. Die service wordt kleinschalig aangeboden, de dranken worden bezorgd na een mailtje of een simpel telefoontje. „Dat lukt de meeste mensen nog wel.”

Wie straks in het pand trekt als Eric zijn borrels bezorgt, is nog niet bekend. Wel is duidelijk dat de toekomstige huurder de boel niet mag verbouwen. „Absoluut niet! Dit is een gemeentelijk monument in de stijl van de Amsterdamse school. De reclame die nu aan de gevel is bevestigd, is eigenlijk al vloeken in de kerk.”

Bron: Tubantia